Het begint niet bij de moord: De 8 fases van femicide

Geschreven door Caithlin Hazebroek

Femicide; een onderwerp waar veel over gepraat wordt in het nieuws en in de politiek, maar wat houdt het precies in? Femicide is het opzettelijk doden van vrouwen omdat zij vrouw zijn (Communications, z.d.). Intieme partner femicide is de moord op vrouwen door (ex-) partners (Monckton Smith, 2020, p. 1267). In Nederland worden er gemiddeld jaarlijks 43 vrouwen om het leven gebracht door geweld, waarvan 22 (vermoedelijk) door haar (ex-) partner (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025). Er wordt vaak gedacht dat femicide incidentele criminaliteit is, wat opeens plaatsvindt. Echter, dit is een verkeerd beeld; femicide vindt niet zomaar plaats, maar bouwt zich stap voor stap op. Om beter te begrijpen hoe dit proces verloopt, ontwikkelde de Britse criminoloog Jane Monckton Smith een model met acht opeenvolgende fasen, waarbij de daadwerkelijke moord de laatste stap is. Dit model maakt zichtbaar hoe femicide al in de vroegere fasen te herkennen is. Het is belangrijk dat we als samenleving ons bewust zijn van deze stappen, zodat we gevaarlijke situaties eerder kunnen herkennen en kwetsbare vrouwen beter kunnen beschermen. 

 

Fase 1: De voorgeschiedenis

De eerste fase begint al vóór de relatie. In veel gevallen heeft de dader een geschiedenis van controlerend gedrag, huiselijk geweld of stalking. Dit kan blijken uit een strafblad, eerdere meldingen of verhalen van ex-partners. Vaak herhaalt dit gedrag zich in nieuwe relaties. 

Ondanks deze voorgeschiedenis wordt dit niet altijd als problematisch gezien. Slachtoffers geloven verklaringen van de dader of zien meldingen van ex-partners als overdreven. Ook speelt hier het maatschappelijk beeld een grote rol. Er heerst een idee dat huiselijk geweld ‘een probleem tussen twee mensen’ is en dus ligt aan de vorige relatie van de dader. In de werkelijkheid is het probleem het gedrag van de dader. (Monckton Smith, 2020, p. 1274-1275)

 

Fase 2: Het begin van de relatie

De relatie begint vaak intens en positief. De dader komt over als attent en betrokken, en er is sprake van snelle toenadering. De relatie ontwikkelt zich in een hoog tempo, waarbij snel binding wordt gezocht, zoals samenwonen, een zwangerschap of trouwen binnen een korte tijd. 

Hoewel er in deze fase nog geen sprake is van openlijk geweld, verschuift het gedrag vaak naar bezitterigheid en controle. De dader gebruikt bijvoorbeeld uitspraken als “je bent van mij” of toont jaloezie, wat wordt gepresenteerd als liefde. Liefde wordt als rechtvaardiging gebruikt voor bezitterig gedrag. 

Voor de buitenwereld kan dit leiden tot zorgen, bijvoorbeeld omdat het slachtoffer minder contact heeft met familie of vrienden of snel verandert in gedrag. Tegelijkertijd wordt dit gedrag vaak gerechtvaardigd door het idee van ‘op een roze wolk zijn’.  (Monckton Smith, 2020, p. 1275-1276)

 

Fase 3: De relatie

Wanneer de relatie eenmaal is bevestigd, wordt controlerend gedrag duidelijk zichtbaar. Er is sprake van contole, zoals het monitoren van het slachtoffer, jaloezie en soms beschuldigen van ontrouw. Tegenwoordig gaat het monitoren van het slachtoffer heel eenvoudig door technische ontwikkelingen, bijvoorbeeld door apps zoals ‘zoek mijn iPhone’. 

Binnen de relatie ontstaan vaste patronen en regels waaraan het slachtoffer zich moet houden. Vrouwen gaan hun gedrag aanpassen aan deze regels; ze geven toe aan de controle en dwang om de dader tevreden te houden en conflicten te voorkomen. (Monckton Smith, 2020, p. 1276-1277)

 

Fase 4: De trigger

Als het slachtoffer afwijkt van de opgelegde regels, ontstaat er een trigger. Deze gebeurtenis zet de bestaande controle over het slachtoffer onder druk. In de meeste gevallen is dit een (dreigende) beëindiging van de relatie. Deze pogingen tot afstand worden vaak met sterke weerstand beantwoord. 

In deze fase speelt ook de aantasting van het ego van de dader een belangrijke rol. Binnen onze patriarchale samenleving, waarin mannen vaker een dominante positie innemen, kan het verlies van controle over een partner worden ervaren als een verlies van macht en status. Vooral bij (dreigende) verlaring kan dit gevoel versterken. Wanneer een vrouw aangeeft de relatie te willen beëindigen, kan dit bij de man leiden tot egoschade, wat het risico op escalatie vergroot. (Monckton Smith, 2020, p. 1277-1278)

 

Fase 5: Escalatie

Er vindt een daadwerkelijke escalatie plaats. Het gedrag van de dader neemt in intensiteit toe. Er is sprake van een toename in frequentie, ernst of variatie van controle, geweld of stalking. Dit lijkt gericht op het herstellen van controle en status. 

De dader kan hierbij verschillende strategieën gebruiken, zoals smeken, dreigen, geweld toepassen of dreigen met zelfdoding. Stalking komt in deze fase veel voor. Dit gedrag is soms gericht op het verzamelen van informatie, maar kan ook bedoeld zijn om angst te veroorzaken. (Monckton Smith, 2020, p. 1278)

 

Fase 6: De verandering in het denken

Er vindt een omslag plaats in het denken van de dader. Dit gebeurt tijdens of na de escalatie, wanneer het gevoel ontstaat dat controle of status definitief verloren is. 

Het idee ontstaat dat moord een mogelijke uitweg is. Dit wordt ook wel omschreven als ‘last chance thinking’, waarbij de dader het gevoel heeft dat er geen andere oplossing meer is om zijn controle of status te herstellen. (Monckton Smith, 2020, p. 1278-1279)

 

Fase 7: planning

Er is sprake van concrete voorbereiding op de moord. Deze planning wordt vaak pas achteraf zichtbaar. Dit kan zich uiten in het opzoeken van methoden om te doden, het aanschaffen van wapens of het creëren van situaties waarin het slachtoffer alleen is. De duur van deze fase varieert sterk, van enkele uren tot maanden. (Monckton Smith, 2020, p. 1279-1280)

 

Fase 8: De moord

De daadwerkelijke moord. De moord kan op verschillende manieren plaatsvinden en gaat soms gepaard met andere handelingen. In sommige gevallen wordt de dood gepresenteerd als een ongeluk of zelfmoord. De moord vindt meestal plaats in privésfeer. (Monckton Smith, 2020, p. 1280)

 

Het model van Monckton Smith laat zien dat femicide geen plotselinge daad is, maar het eindpunt van een proces dat zich in verschillende fasen ontwikkelt. Door deze fasen te herkennen, worden signalen van femicide in een vroeg stadium zichtbaar. 

Het tijdig herkennen van deze patronen is van groot belang. Niet alleen voor slachtoffers zelf, maar ook voor hun omgeving en professionals. Daarbij is het essentieel dat signalen en ervaringen van vrouwen in een vroeg stadium serieus worden genomen. Te vaak worden zorgen gebagatelliseerd of niet herkend als onderdeel van een groter patroon. 

Tegelijkertijd maakt dit model duidelijk dat femicide niet alleen een individueel probleem is, maar ook een maatschappelijk vraagstuk. Het draait om macht, controle en hardnekkige opvattingen over relaties en gender. Juist daarom is het belangrijk om deze patronen te blijven benoemen en herkennen, zodat geweld niet pas wordt gezien als het te laat is. 

Literatuur 

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025, 28 november). Aantal vrouwen gedood door partner of ex in 15 jaar onveranderd. Centraal Bureau Voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/48/aantal-vrouwen-gedood-door-partner-of-ex-in-15-jaar-onveranderd

Communications. (z.d.). Forms of Femicide. https://www.gbvlearningnetwork.ca/our-work/briefs/brief29.html#:~:text=Femicide%20is%20defined%20by%20the,killings%20of%20women%20and%20girls.

Monckton Smith, J. (2020). Intimate partner femicide: Using Foucauldian analysis to track an eight stage progression to homicide. Violence Against Women, 26, 1267-1285.

Winkelmandje